Ben jij een toerist of reiziger?
Een toerist wil een plek zien. Een reiziger wil een plek ervaren.
Volgens Van Dale wordt een toerist omschreven als iemand die reist of tijdelijk elders verblijft voor ontspanning, terwijl een reiziger iemand is die zich verplaatst tussen verschillende plaatsen.
Nou. Daar valt wel het een en ander aan toe te voegen, en in de praktijk is dat verschil helemaal geen duidelijke grens. Want natuurlijk kan een reiziger zich ook ontspannen, en kan een toerist zich evengoed van de ene naar de andere plek verplaatsen.
Er bestaat wel een clichébeeld van iemand die ervoor kiest om twee weken lang in een all-inclusive resort aan het zwembad te liggen in een groot hotel aan de kust van pakweg Turkije en dat dan een toerist of vakantieganger noemt. Misschien maakt die persoon twee uitgestippelde uitstapjes naar het dichtstbijzijnde stadje om wat souvenirs te kopen en een museum en kerkje te bezoeken, omdat dat toevallig op de ‘must see’-lijst stond die bovenaan de zoekresultaten van zijn Google-zoekopdracht stond. Ook dat Instagram-achtige plekje dat ‘toevallig’ als hotspot werd aangeduid, waar je in de rij moet staan voor een selfie of zelfs moet betalen om een foto te nemen, past in dat beeld. Dat winkeltje ernaast met ‘lokale handgemaakte’ souvenirs kan er maar goed bij varen. En ja, deze klassieker wordt vaak bestempeld als toerist.
Maar in de praktijk is het verschil veel minder eenduidig dan dat.

Als persoon kan je er van houden om je onder te dompelen in de lokale cultuur en je te laten meeslepen op het ritme van het onverwachte en het uitdagende van de plek die je bezoekt. Dat komt al dichter in de buurt van wat een reiziger beoogt: nieuwe dingen ontdekken, de lokale cultuur ervaren en je openstellen voor het ‘andere’, het ‘eender wat’. Nieuwsgierig zijn naar hoe andere culturen leven en je daarin willen onderdompelen, is één van de essentiële eigenschappen van een reiziger.
Maar zelfs dat onderscheid begint te vervagen zodra je wat dieper kijkt.
Want ook een “reiziger” kan zich laten meeslepen door lijstjes met “10 hidden gems you must see in place xxx”, dezelfde druk voelen om die ene zonsondergang op exact het juiste moment te fotograferen, of zich schuldig voelen omdat hij niet “genoeg authentieke dingen” beleeft. En omgekeerd kan een “toerist” in een all-inclusive resort oprecht geraakt worden door een gesprek met een lokale gids, een onverwachte geur op een markt of een mooi moment van stilte aan zee. Misschien zit het verschil dus niet in wat je doet, maar in hoe je kijkt.
In de reiswereld wordt vaak gesproken over slow travel, een manier van reizen waarbij je probeert te vertragen, minder probeert te ‘zien’ en meer probeert te ‘zijn’. Minder verplaatsen, meer aanwezig zijn in het nu en de omgeving echt ervaren. Je blijft langer op één plek zodat je meer kan opnemen van de lokale cultuur en gewoontes. Je leert de bakker kennen waar je elke ochtend je koffie haalt. Je herkent de geluiden van de straat. Je begint te begrijpen hoe de dagen daar echt verlopen, los van de toeristische laag die er vaak bovenop ligt.
En dat staat haaks op wat massatoerisme vaak doet: snelheid, consumptie, efficiëntie. Een reis wordt al snel een checklist. Een land wordt een decor. Een cultuur wordt een flits van 48 uur tussen twee transfers door.


Internationaal wordt daar ook steeds kritischer naar gekeken. Begrippen als overtourism duiken op in steden als Barcelona, Venetië en Amsterdam. Niet omdat mensen niet meer welkom zijn, maar omdat de balans zoek is geraakt tussen ‘bezoeken’ en ‘bewonen’. Een plek verliest haar authenticiteit wanneer die balans verdwijnt.
De reiziger daarentegen probeert die grens net niet te overschrijden, of beter gezegd: probeert ze zachter te maken. Hij of zij beseft dat hij altijd een buitenstaander blijft, maar kiest ervoor zich zo open en nederig mogelijk te verhouden tot wat een plek te bieden heeft. Dat betekent niet dat alles altijd diep of spiritueel moet zijn. Reizen mag nog steeds licht, luchtig en plezierig zijn. Maar het verschil zit in de intentie.
Met Tali Travel wil ik niet vertrekken vanuit één uiterste. Het gaat erom een reis te creëren die klopt voor jou – qua inhoud, tempo en ervaringen. Soms is dat slow travel, als dat is wat je wil en bij je past. Maar meestal wordt het een combinatie van factoren. Praktische overwegingen spelen daarbij vaak mee: je hebt nu eenmaal maar drie weken verlof of studietijd om een land te ontdekken, en dan wil je vaak de mooiste plekken niet missen. Je bent er tenslotte misschien maar één keer (al sluit niets uit dat je ooit gewoon nog eens terugkeert). Maar dat hoeft niet ten koste te gaan van de ervaring zelf. Soms is kiezen verliezen, maar vaak is kiezen ook net winnen. Opties hebben, maar ze bewust sturen en openhouden – dat is waar Tali Travel voor mij over gaat.
Er is geen ‘beste manier om te reizen’ of een juiste manier om een plek te bezoeken. Het gaat er vooral om hoe jij het wil beleven en of je de authenticiteit van een plek daarin wil laten samenvloeien.
Dat betekent absoluut niet dat de ene beter is dan de andere. Het is geen moreel oordeel, maar een verschuiving in bewustzijn. Het is een soort spectrum waar iedereen zich anders op beweegt en waar je zelfs binnen één reis kan wisselen tussen beide rollen. Je kan ’s ochtends nog een ‘toerist’ zijn die een bezienswaardigheid afvinkt, en ’s avonds een ‘reiziger’ worden wanneer je verdwaalt in een zijstraat en een onverwacht gesprek hebt dat je hele route verandert.
Misschien is de beste vraag dus niet: “Ben jij een toerist of reiziger?”
Maar eerder: Hoe vaak sta je open om verrast te worden?
Want daar begint het echte verschil.

